De geschiedenis van Sashiko

Sashiko (刺し子, letterlijk kleine steekjes) is borduurwerk dat gebruikt wordt voor het verstevigen van stoffen. In Japan, waar de techniek oorspronkelijk vandaan komt, is het gebruikelijk witte katoendraad op stoffen die met indigo gekleurd zijn te gebruiken. Boeren en vissers werkten lange dagen en deden zwaar werk waardoor hun kleding snel sleet. Door kleine steekjes over de kwetsbare delen te borduren werd de stof steviger en ging het kledingstuk langer mee.

De techniek werd gebruikt in de Edo-periode (1603-1867). Tegen de Meije-periode (1868-1912) was het uitgegroeid tot een taak voor de winter als het te koud is om buiten te werken.

Tegenwoordig wordt Sashiko minder gebruikt als reparatie mogelijkheid maar des temeer als  een creatieve uiting voor het pimpen van een kledingstuk, ter verfraaiing van een saaie tas en als kunstuiting.

Sashiko is uniek, want je werkt met maar 1 borduursteek. De rijgsteek.

Door steeds dezelfde beweging te maken kom je vanzelf in een ritme/flow.  De herhaling brengt focus. Je handen zijn bezig, je hoofd krijgt rust. En dat geeft ontspanning. Het resultaat is mooi en elegant, door de simpele patronen die een grafische uitstraling hebben. Kleding, tassen, sjaals, doeken, kussenhoezen, placemats en wanddecoratie zijn een aantal mogelijkheden waarbij je Sashiko kunt toepassen. Zet je Sashiko  voor reparatie, patchwork of versteviging in, dan ben je ook nog eens “Duurzaam” bezig en wie wil dat nu niet tegenwoordig.